Behandelplan

De beslissing voor een behandeling met implantaten neemt u samen met de implanterend tandarts. Eerst wordt bekeken of u gezond bent en wordt er een overzichtsfoto van uw gebit genomen (OPG) om de conditie van het kaakbot te onderzoeken. Er wordt bekeken welk implantaat geschikt is, hoeveel implantaten er nodig zijn en welke opbouw kan worden gemaakt. De tandarts legt de gegevens vast in een behandelplan met prijsopgave en neemt de behandeling met u door.

De behandeling verloopt in fasen

Bij de eerste afspraak wordt het implantaat vervaardigd. Het kaakbot wordt gedeeltelijk blootgelegd en er wordt een gaatje in geboord. Het implantaat wordt in het gaatje geschroefd.
De behandeling zelf is in het algemeen weinig belastend, maar er kan wel een lichte zwelling optreden kort nadat het implantaat is ingebracht. De napijn is meestal gering. Zo nodig krijgt u hiervoor een pijnstiller voorgeschreven.
Dan volgt een rustperiode van drie tot vier maanden omdat het bot aan het implantaat moet vast groeien. Gedurende die periode mag het implantaat niet worden belast. Een tijdelijke voorziening (noodkroon, noodbrug of kunstgebit) behoort tot de mogelijkheden.

In de tweede behandelfase wordt de opbouw of suprastructuur gemaakt die op het implantaat of de implantaten komt. Er wordt een afdruk genomen en een model gegoten waarop (onder plaatselijke verdoving) de kroon, de brug of de overkappingsprothese wordt geplaatst.

Verwijdering van een implantaat

In een klein aantal gevallen groeit het implantaat niet vast in het kaakbot of gaat deze na verloop van tijd los zitten. In deze gevallen moet het implantaat verwijderd worden. Het ontstane gaatje geneest normaal. Meestal kan na een aantal maanden een nieuw implantaat worden geplaatst.

Meer informatie